Foto:
Johan de Kock (44) kwam dertien keer uit voor het Nederlands elftal. Hij begon in 1984 zijn profcarrière bij FC Groningen, speelde voor Roda JC en FC Utrecht en sloot in 2000 af bij Schalke 04. In de rubriek ‘Waar is hij gebleven?’ vertelt De Kock over zijn verleden, heden en toekomst.
Toen
,,Al mijn uitverkiezingen voor Oranje zijn onvergetelijke ervaringen. Het is de slagroom op de taart van mijn carrière. Mijn dertien interlands staan me allemaal nog even scherp bij, maar dat is niet zo moeilijk, het waren er immers geen hónderddértien. Ik had Frank de Boer voor me en later Jaap Stam. Niet de minste namen, allebei stevige internationals. Zelf was ik een laatbloeier, mijn debuut in Oranje maakte ik pas op 28-jarige leeftijd, in de wedstrijd tegen Turkije in 1993. Mijn selectie was wel terecht. Ik kon het niveau aan met mijn kwaliteiten. Fysiek snel, tactisch goed onderlegd en verdedigend sterk.”
,,In 1995 speelden we met het Nederlands elftal een fantastisch beslissingsduel tegen Ierland op Anfield Road. Door de 2-0 overwinning kwalificeerden wij ons voor het EK het jaar erop in Engeland. Ik mocht onverwachts mee, omdat Frank de Boer geblesseerd raakte. Zijn pech, werd mijn geluk. We haalden de kwartfinale, tegen Frankrijk. Die wedstrijd eindigde doelpuntloos, zodat strafschoppen de beslissing moesten brengen. Ik benutte nog wel de eerste penalty, maar we werden helaas uitgeschakeld.”
Nu
,,Tijdens mijn actieve voetbalcarrière startte ik met een studie aan de HTS. Later specialiseerde ik me in de weg- en waterbouwkunde. Een bewuste keuze. Profvoetbal is een onzeker bestaan, ik wilde mijn toekomst veilig stellen. In 2000, in mijn laatste jaar als actief voetballer voor Schalke 04, werd ik door de club als adviseur gevraagd bij de bouw van het toenmalige nieuwe stadion. Nadat ik stopte en aftrainde, ben ik daar als ingenieur bij betrokken gebleven. Ik had als pre dat ik als ex-voetballer verstand had van het bouwvak. Inmiddels heb ik mijn werkzaamheden meer uitgebreid. Twee jaar geleden begon ik met een eigen aannemersbedrijf in de wegenbouw en ik ben opdrachtleider bij de gemeente Utrecht van een nieuwbouwproject.”
,,Uiteraard blijf ik bekend als Johan de Kock, ex-voetballer en trainer. Ik ben ook in het bezit van de diploma’s Oefenmeester 1, 2 en 3. Ja, ik heb mijn vrije tijd altijd goed weten te besteden. Ik ben al twee keer trainer geweest. Bij Rheden en Germania. Ook al houd ik me nu hoofdzakelijk bezig met het werk van weg- en waterbouwkundige, voetbal blijft in mijn bloed zitten. Volgend seizoen ga ik weer aan de slag ga als trainer, dit keer bij hoofdklasser De Treffers in Groesbeek. En wie weet maak ik ooit nog de stap naar het betaalde voetbal. Ik zeg niet bij voorbaat nee. Tot nu toe ben ik iedere keer afgewezen voor de cursus Coach Betaald Voetbal, maar ik wil het diploma wel graag hebben. Zelf voetballen zit er amper nog in. Mijn linkerknie is dusdanig versleten dat het spelen voor een leuke amateurclub onmogelijk is. Af en toe pak ik nog wel wat wedstrijdjes mee met de Ex-internationals of Oud-Utrecht en Oud-Schalke.”
Straks
,,Het huidige Nederlands elftal spreekt me erg aan. We hebben goede spelers, we zijn technisch en tactisch zeer goed opgeleid, maar toch zullen we nooit de absolute top halen. Daarvoor ontbreekt de juiste mentaliteit. Wij zijn niet geschikt om langdurig te excelleren tijdens toernooien. Naarmate een EK of WK vordert, worden randzaken steeds belangrijker. Anders dan spelers van Duitsland en Italië, die zich echt kunnen wegcijferen voor het team- en of landsbelang, zit het bij ons gewoon niet in de genen. Ook in mijn tijd konden we het niet waar maken, ondanks de favorietenrol op het EK van 1996.”
,,Over de verdedigers bij Oranje wordt veel geklaagd. Kijk, in ons opleidingsstelsel leiden we puur op tot voetballers. Van een goede voetballer maken we graag een verdediger, maar van een verdediger geen goede voetballer. André Ooijer is een goede back, maar minder in de opbouw. Joris Mathijsen is een redelijke verdediger en beter in de opbouw, al sneeuwde hij in de EK-wedstrijd tegen de Italianen onder. Je kunt natuurlijk ook zeggen: als je de bal niet verliest, hoef je de bal ook nooit te veroveren.”
,,Hoe ver we komen in Zuid-Afrika, vind ik in dit stadium lastig te voorspellen. Het gaat de goede kant op met de vorm. Maar ja, die mentaliteit blijft een probleem. Ik denk dat bondscoach Van Marwijk het team anders zal benaderen dan Van Basten deed. Ik ken hem niet persoonlijk, maar hij komt menselijk over. Misschien is hij in staat de mannen iets meer te prikkelen, zodat ze in staat zijn hun eigen belang opzij te zetten voor het Nederlands elftal.”