Pal onder de Tafelberg, met uitzicht op Robbeneiland en het indrukwekkende Greenpoint Stadium, volgt verslaggever Vincent de Vries het WK. Vanuit Kaapstad blogt hij dagelijks over de randzaken die een dergelijk evenement juist zo uniek en speciaal maken.
Elke keer als ik van mijn guesthouse naar het Green Point Stadium loop, een wandeling van nog geen tien minuten, kom ik er langs. Langs die ene pizzeria aan Somerset Road, pal tegenover het gloednieuwe stadion. Een eettent waar je, volgens de kenners, geweest moest zijn, al was het alleen al vanwege de heerlijke spaghettimaaltijden die ze daar bereiden.
Op mijn eerste dag in Zuid-Afrika, ruim een maand geleden, had ik dan ook geen enkele moeite om een geschikte eettent te vinden. Ik moest en zou naar Sergio’s, de pizzeria met die roodbruine pui. Oké, de bediening verliep die middag niet altijd even soepeltjes en ook werd ik ergens weggestopt bij het raam, het eten was - net als de wijn - meer dan prima en zeker voor herhaling vatbaar.
Bovendien had ik goed zicht op één van de vele televisies die ze speciaal voor dit WK hadden opgehangen. Want de twee eigenaren van Sergio’s wisten ook: als we ons aanpassen aan de supporter, dan wordt dit toernooi ook voor ons ‘big business’. De locatie, pal tegenover het stadion en in een buurt dat speciaal voor het WK helemaal is opgeknapt en schoongeveegd, was immers meer dan top. Iedereen loopt er, op weg naar hun ultieme WK-wedstrijd, langs. En welke voetbalfan lust er nu geen Italiaans eten? Eén en één is twee, daar hoef je niet lang voor te hebben doorgestudeerd.
In rook opgegaan
Maar de volgende dag bleek de droom van Sergio’s letterlijk en figuurlijk in rook te zijn opgegaan. Nog voordat in het Greenpoint Stadium tegen de eerste bal moest worden getrapt, was de hele zaak in vlammen opgegaan. Een brand legde een paar uur voor het begin van het toernooi de hele toko in as. Het is nu gemakkelijk een grap te maken over een veel te hete pizza, maar voor Sergio’s is het natuurlijk vreselijk: jarenlange voorbereidingen voor misschien wel de meest lucratieve weken van hun leven waren na een vuurtje allemaal voor niks geweest.
Ik moest er gisteren weer aan denken toen ik voor de zoveelste keer bij de buren at, bij Doppio Zero. Ook een Italiaan, ook een heerlijke tent, met als hoogtepunt de Pollo Loco met pesto. Want wie denkt dat in Zuid-Afrika alleen maar een bakje rijst te eten is – of erger – die denkt dat hier nauwelijks iets te krijgen is, heeft het toch echt mis. De eigenaar vertelde me dat de omzet tijdens het WK al zijn verwachtingen overtreft. Cijfers gaf hij me niet, maar gezien zijn glimlach die maar niet van zijn gezicht verdween, moet het inmiddels vele duizenden rand zijn.
En niet alleen bij hem. Nadat aanvankelijk veel restauranteigenaars, hoteliers en taxichauffeurs klaagden over de tegenvallende klandizie, zeker in de eerste twee weken van het toernooi toen het WK zich voornamelijk leek af te spelen in Johannesburg, trok het toch bij. Met dank aan de Engelsen, Duitsers en vooral de Nederlanders haalden de meeste ondernemers in Kaapstad toch nog de omzet waar ze zo van gedroomd hadden. Dat moest ook wel, aangezien de stad in de laatste weken werkelijk werd overspoeld door ontelbare voetbalfans die hier tevens de toerist uithingen.
Brandwonden
Van de spaghetti van Sergio’s hebben ze helaas nooit kunnen genieten. Nu het WK in Kaapstad voorbij is, likt het restaurant zijn wonden. Of beter gezegd: zijn brandwonden. Maar of dat litteken ooit nog weggaat, is de vraag. Ze zijn weliswaar al dagen bezig om de zaak weer schoon te maken en hopelijk weer snel op orde te hebben, maar het besef dat ze veel, heel veel, geld zijn misgelopen, zal nog lang nadreunen.
Wellicht dat ze over een paar jaar in de herkansing kunnen, zeker nu Kaapstad na het enorme WK-succes er aandenkt om zich te kandidaat te stellen voor de Olympische Spelen van 2020. Het zou een prachtig vervolg kunnen zijn van een prachtig feest in een stad die de wereld heeft laten zien dat het tot één van de mooiste steden van deze aardbol behoort. En waar je dus heerlijk kunt eten. Sergio’s brandt ongetwijfeld al van verlangen om dat aan de wereld te laten zien.