Pal onder de Tafelberg, met uitzicht op Robbeneiland en het indrukwekkende Greenpoint Stadium, volgt verslaggever Vincent de Vries het WK. Vanuit Kaapstad blogt hij dagelijks over de randzaken die een dergelijk evenement juist zo uniek en speciaal maken.
Foppe de Haan, naast trainer van Ajax Cape Town tevens gewaardeerd columnist van deze site, had het er al over in zijn laatste bijdrage. Eén van de grootste gevaren van Brazilië, vrijdag tegenstander van Oranje, is Maicon, de opkomende rechtsback van De Goddelijke Kanaries.
Ik weet wel, zelf ben ik nooit verder gekomen dan de amateurs. Sterker nog, als veredelde linkshalf heb ik zelfs nooit het eerste gehaald, laat staan dat ik verder kwam dan B3. Dat lag niet aan de trainers, maar aan mezelf. Of beter gezegd: aan mijn gebrek aan kwaliteit. Natuurlijk, inzicht had ik wel. Wie niet? Alleen deden mijn voeten – en dus ook de bal – niet altijd wat ik in gedachten had. En dus rolde die net iets te vaak en net iets te snel over mijn voeten of over de lijn.
Maar, zonder op mijn borst te kloppen, het is mij wel gelukt om Maicon af te stoppen. En dat kunnen er niet veel zeggen. In ieder geval niet de linkerkant van Noord-Korea, Ivoorkust, Portugal en Chili. Allen gingen ze dit WK voor de bijl en werden ze overlopen door die enorme Braziliaan met zijn grote passen. Dirk Kuyt en Giovanni van Bronckhorst weten dus waar ze aan toe zijn.
Hoe het mij, ondanks mijn gebrekkige voetbalkwaliteiten, dan toch is gelukt om deze fysiek sterke speler, uitkomend voor Inter, af te stoppen? Heel simpel. Door gewoon voor hem te gaan staan. Ik deed het vorig jaar zomer in Tallinn. Brazilië speelde daar ter ere van het 100-jarig bestaan van de voetbalbond van Estland een feestduel. Het werd een wedstrijd om snel te vergeten. Brazilië speelde de partij alsof het Tweede Kerstdag een bezoek bracht aan de schoonfamilie: als een moetertje. Het won wel, ik meen met 2-0, maar de ploeg van bondscoach Dunga deed dat inspiratieloos.
Missie
Het maakte mij geen barst uit. Ik had daar, als verslaggever van Voetbal Magazine, een andere missie: om met zoveel mogelijk Braziliaanse voetballers op de foto te gaan en zoveel mogelijk Braziliaanse handtekeningen te scoren. Moeilijk? Ach, als je ruim van te voren een kamer boekt in hetzelfde hotel waar de Selecao verblijft, dan moet dat niet zo lastig zijn. Niemand die je dan wat kan maken. Je wappert, als gewaardeerde gast, gewoon met de sleutel van je kamer en alle deuren gaan open. Dit in tegenstelling tot de menigte die buiten stond te wachten en voor de ingang met harde hand werd tegengehouden.
Dat gebeurde bij mij niet. Daardoor kon ik in de lounge, in de ontbijtzaal, ja, zelfs in de lift, ongestoord op de foto gaan en een krabbel vragen. De Brazilianen deden niet moeilijk. Gomes, Julio Cesar, Lucio, Melo, Luis Fabiano, Baptista, Juan, ja zelfs Kaká nam alle tijd voor me. Allemaal gingen ze met me op de foto, allemaal krabbelden ze wat op mijn net aangeschafte shirt van Brazilië. Alleen Robinho wilde er van niks weten en vond dat ik me, als dertiger, kinderachtig gedroeg.
En Maicon? Die was aanvankelijk in geen velden of wegen te bekennen. Aanvankelijk dacht dat ik dat hij de Romario-variant gebruikte: dus via de achteruitgang naar buiten. Dat was niet het geval. Maicon had als een echte Braziliaan gewoon zijn vlucht gemist en kwam daardoor een te dag te laat. Te laat voor de training, maar niet te laat voor mij. Dus toen ik hem de volgende ochtend zag aanlopen om in te checken, greep ik mijn kans schoon. In de lounge van het hotel ging ik pal voor hem staan, zette mijn benen stevig op de grond en maakte me breed. Dat hielp. Want in plaats van dat hij me met een heerlijke schijnbeweging passeerde en met zijn bekende grote passen voorbij liep, zoals hij in het veld laat zien, bleef hij nu staan, pakte mijn stift en krabbelde de mooiste en grootste krabbel op mijn strakgetrokken shirt.
Dus Maicon het grootste gevaar? Laat me niet lachen! Zo mak als een lammetje. Gewoon voor hem gaan staan en breed maken en hij is onschadelijk. Nu Kaká, Robinho, Fabiano, Lucio en de rest nog…