In aanloop naar het WK in Zuid-Afrika wordt Oranje op de voet gevolgd. Verslaggever Edwin Schoon, die met het Nederlands elftal meereist, laat zijn licht schijnen op cruciale, ludieke en spannende ontwikkelingen rond Oranje en het aanstaande WK. Vanaf 11 mei verschijnt Laduma dagelijks. Dat zou zomaar kunnen duren tot 11 juli, de dag van de WK-finale.
Afrika leek verloren. Voor het eerst in de historie van het WK mochten er zes Afrikaanse landen meedoen aan het WK. In 1974 was dat er nog maar één. Daarvoor zelfs niet meer dan een half land (een playoff tegen een Europese afvaller). Maar toen de eerste ronde van 2010 bijna gespeeld was, leek het er sterk op dat geen van die zes deelnemers (vijf plus het gastland), de volgende ronde zou halen.
De teleurstelling over het gastland was groot. Het getoeter op straat verstomde. De Zuid-Afrikanen verlegden hun steun en sympathie naar Brazilië, in hun ogen zeer verwant aan Zuid-Afrika vanwege de nadruk op individuele hoogstandjes. Na Brazilië kwam er een tijdje niets, zeker toen Ivoorkust eruit vloog, Kameroen zichzelf in de voet schoot en Algerije na een gelijkspel tegen Engeland tevreden leek. Maar nu is daar opeens Ghana. Eerst wist het knap de tweede ronde te bereiken door Australië te verslaan en zaterdag werd zelfs de kwartfinale bereikt. Dat is slechts twee keer eerder in de historie een Afrikaans land gelukt. Kameroen in 1990 en Senegal in 2002. Beide keren was dit tevens het eindstation.
Ghana is de bakermat van het Afrikaanse voetbal. Al snel na de onafhankelijkheid (1958) wist president Kwame Nkrumah voetbal belangrijk te maken. Ook politiek. Hij wilde van Afrika een eenheid maken, voetbal moest het bindmiddel zijn. Hij noemde de spelers van The Black Stars (het nationale elftal) ‘ambassadeurs van de Afrikaanse eenheid’. Hij zette de juiste mensen aan het werk, investeerde geld en aandacht in het nationale team, en oogstte succes. In 1963 en 1965 won Ghana de Afrika Cup. Het was oppermachtig in het hele continent. Nkrumah was tevreden. Boven zijn bed hing een gedicht van de zwarte nationalist die hem sterk had beïnvloed, Marcus Garvey, getiteld: United States of Africa, een ode aan het continent en de eenheid van Afrika.
'Vloek van de riviergod'
Uitgerekend de United States of America was in de achtste finale de tegenstander van Ghana. Maar er was nog een tegenstander: de riviergod. Want Asamoah Gyan, de spits van Ghana, had al op twee eindtoernooien het doel niet weten te raken. In 2008 dreigden boze supporters via internetfora de riviergod Antoa Nyamaa op hem af te sturen. 'De vloek van de riviergod' ging een eigen leven leiden, en Gyan raakte geen bal meer. De spits was er zo van ondersteboven dat hij op wilde stappen, en het kamp van Ghana al bijna had verlaten. Hij bleef, maar tot doelpunten leidde het niet.
Maar dit WK is alles anders. Asamoah Gyan prijkt met drie anderen bovenaan de topscorerslijst. En Ghana schrijft wederom geschiedenis. Mocht Uruguay, niet het allerbeste team ter wereld, verslagen worden, dan staat Ghana zomaar in de halve finale. Nooit vertoond door een Afrikaans team. Zijn doelpunt van zaterdag was er één waarop elke spits jaloers zou zijn. Sterke fysieke actie, goed meenemen in de loop en vol op de linker pantoffel. Het was de ultieme revanche op de riviergod.
Edwin Schoon is tevens auteur van De Macht van de Bal, over Afrikaans voetbal en dictatuur.