,,Het lijkt wel of er iemand is overleden’’, zei een collega een uur na Nederland-Hongarije. Hij had net een paar spelers geïnterviewd, terwijl ik naar de bondscoach had geluisterd. Mijn indruk was precies hetzelfde. Van Marwijk was aangeslagen. Hij sprak met nauwelijks waarneembare intonatie. ,,Aan vervangers wil ik nog even helemaal niet denken. Ik moet dit eerst even verwerken.”
Robin van Persie en Eljero Elia zeiden het ook voor de camera’s van SBS6 en KNVB TV, de stemming in de kleedkamer was bijzonder teneergeslagen. Iedereen kwam na de klinkende 6-1 op Hongarije direct om de massagetafel staan waarop Arjen Robben lag. Om hem te steunen. Na het laatste fluitsignaal waren zeker vijf spelers direct naar de dokter van Oranje gelopen om hem te vragen naar de toestand van Robben. Ze stonden in een halve cirkel om hem heen.
Ongeloof
Het was nog de fase van ongeloof. Ook bij de bondscoach, die aangaf dat hij zelfs de kleinste kans zou aangrijpen om Robben na de groepsfase te laten instromen. Robben is deze zondagochtend niet aangekomen in Johannesburg met de rest van het team. Vandaag is de scan die moet aangeven wat de kansen van Robben nog zijn.
De intensiteit van de reacties viel op. Natuurlijk, Robben is een geweldige speler, misschien wel de beste die Oranje heeft. Maar de massale steun, en de massale verslagenheid, vooral bij zijn ploeggenoten is opvallend. Niemand die ook maar in de verste verte een vleugje van ‘we moeten door’ of van ‘ik heb nu misschien meer kans te gaan spelen’ liet doorschemeren, zo kort na het onhandige hakje van Robben.
Met en voor elkaar
Het lijkt erop dat de eenheid binnen deze groep groot is. Het besef, waar Van Marwijk zo op hamert, dat niemand het alleen kan doen, en het team alleen ‘met en voor elkaar’ succes kan hebben, lijkt doorgedrongen tot de hoofden en harten van deze spelers. Dat op zich, naast het uiterste pijnlijke gegeven van het verlies van Robben, is een bemoedigend teken.
Het is wel zaak dat het team deze ervaring richting ‘Denemarken’ ten positieve kan gebruiken, en de ‘rouwfase’ ook weer goed doorkomt. Het is natuurlijk onvergelijkbaar, qua drama, ernst én impact, met het gebeuren rond Khalid Boulahrouz tijdens het EK 2008. Maar ook in een gedeelte tegenslag als die van het mogelijk afhaken van Robben, is het zaak dat de groep weer fris wordt en dat het gebeurde niet te zwaar blijft wegen en vooral de samenhorigheid en wil om te winnen versterkt. Een taak die voor een groot deel bij de begeleidingsstaf ligt.