In aanloop naar het WK in Zuid-Afrika wordt Oranje op de voet gevolgd. Verslaggever Edwin Schoon, die met het Nederlands elftal meereist, laat zijn licht schijnen op cruciale, ludieke en spannende ontwikkelingen rond Oranje en het aanstaande WK. Vanaf 11 mei verschijnt Laduma dagelijks. Dat zou zomaar kunnen duren tot 11 juli, de dag van de WK-finale.
Bij Hongarije kan ik altijd maar aan één ding denken. De tijd dat Hongarije een dominante voetbalnatie was in Europa was voor mijn tijd. Wat ik wel meemaakte was dat het Nederlands elftal, toen ik zestien was, voor de tweede keer op rij een WK misliep. Als puber wist ik niet beter dan dat Oranje er niets te zoeken had. De Belgen, die het playoff-duel van ons wonnen, verrasten alles en iedereen in Mexico in de zomer van 1986. We waren zo dichtbij geweest.
Maar in die zomer van ’86 gebeurde ook iets dat alle voetbalophef relativeerde. Want de opvolger van de naar Manchester United vertrokken Jesper Olsen, de beweeglijke linksbuiten Rob de Wit, kreeg tijdens zijn vakantie een hersenbloeding. Einde carrière. Maar ook einde van het normale leven, zo bleek later. Marco van Basten en andere ploeggenoten zochten De Wit nog wel eens op, en soms werd een actie voor hem gehouden, en toonde hij zich weerbaar. Ook verscheen een mooi verhaal over hem van de hand van Hugo Borst. Toch was moeilijk aan de indruk te ontkomen dat het leven hem lelijk te grazen had genomen.
En juist daarom wil ik met u terug naar 14 mei 1985. Toen Nederland nog hoop had op WK-deelname. Toen gewonnen moest worden in het Népstadion van Boedapest om een playoff veilig te stellen. Toen we na afwezigheid op het WK van 1982 er misschien de zomer daarop gewoon weer bij zouden zijn in Mexico. Het was een lastige wedstrijd, de Hongaren toonden zich stugge tegenstanders. Er waren nog twintig minuten te spelen. De winst leek ver weg.
Tot Rob de Wit als invaller een lange bal van Ronald Koeman met links opving bij de zijlijn. Hij trok naar binnen met zijn typerende lichtgebogen houding, en vertraagde even. Toen zwenkte hij plotseling richting zestien meter, met een tempoversnelling, en verraste twee tegenstanders compleet. Opeens had hij zichzelf alleen voor de keeper gespeeld. Met een schijntrap zette hij de Hongaarse keeper op het verkeerde been. Met een weergaloos, want bijna tergend traag uitgevoerd stiftje, lepelde De Wit de bal in de bovenhoek. Het net bolde ouderwets en De Wit toverde WK-hoop in de harten van miljoenen Nederlanders.
Ik kan er niets aan doen. Maar daar moet ik steeds aan denken als ik het affiche ‘Nederland – Hongarije’ zie. Voor wie te jong is om het zich te herinneren: http://www.youtube.com/watch?v=SC2P1ofKnt8.
Edwin Schoon is tevens auteur van De Macht van de Bal, over Afrikaans voetbal en dictatuur.
Volg ons ook op Twitter!