De reden dat de uit Utrecht afkomstige enclave Enschede aandoet heeft alles te maken met de interland Nederland-Japan. Voor het eerst strijkt de Oranje elite neer in het Twentse land. ,,Het heeft wel wat dat er in Enschede gevoetbald wordt”, vindt Niek. ,,Het is leuk dat ze de provincie intrekken. Voor mezelf is het alleen minder. We moeten nu toch een stuk verder rijden.”
Samen met zijn vrienden staat Niek op de Enschedese markt de Vuvuzela te promoten. Dit tot ergernis van de marktkoopman naast hem, die zich binnen de kortste keren bont en blauw ergert aan het instrument. ,,Het is trouwens best moeilijk om het instrument te bespelen”, weet Niek, terwijl een van zijn collega’s het probeert. Een klein toetergeluid klinkt. Maar wanneer Niek zelf blaast, komt er beduidend meer geluid uit de Vuvuzela. Terwijl het Enschedese marktpubliek enthousiast toekijkt, komt de naburige koopman in opstand. ,,Niet meer blazen, anders kan ik niet met mijn klanten praten!"
Sfeerverhogend
Zelf heeft Niek andere herinneringen aan de oorspronkelijke koeienhoorn. ,,Ik heb een tijdje in Zuid-Afrika gewoond. Tijdens het WK rugby maakte ik voor het eerst kennis met de Vuvuzela. Ik begrijp best dat mensen zich aan het instrument ergeren wanneer ze het op televisie horen, dat deed ik ook tijdens de Confederations Cup, maar wanneer je in het stadion zit, werkt het echt sfeerverhogend.”
Met gevoel voor humor weerlegt Bas de overige kritiek op de Vuvuzela. ,,Dit doen we ook om Oranje voor te bereiden op de situatie die ze in Zuid-Afrika treffen. Eigenlijk leveren wij een toegevoegde waarde aan de voorbereiding van het Nederlands elftal. We trainen ze op ambiance.”